lne Gevers curator  \  writer  \  activist

 back
Difference on Display

Schets en uitgangspunten
De tentoonstelling wordt samengesteld vanuit een telkens terugkerende vraag: die naar normaliteit. Van belang is daarbij natuurlijk wie deze vraag stelt, vanuit welke hoedanigheid en in welke context. Hier begint het spel tussen stereotypen en het uitdagen ervan, representatie door anderen en zelfrepresentatie (zie eerste concept). Er is gekozen voor verschillende contexten, waarbinnen elke keer door verschillende, aanwezige en handelende personen (kunstenaars, maar ook andere makers)de vraag naar normaliteit worden gesteld. Contexten die in hoge mate onze huidige cultuur bepalen. Maakbaarheid vormt de eerste context: maakbaarheid met alle mogelijkheden maar ook onwenselijke bijwerkingen die ermee gepaard gaan. Maakbaarheid vanuit esthetisch perspectief, (bio)medisch perspectief, en in het licht van disciplinering en controle (gewenste levenswijze, gewenste opleiding, eetpatroon etc) (biopolitiek). Vervolgens de plaatsing van deze verschillende verhalen en beelden binnen uiteenlopende contexten (maakbaarheid, consumentencultuur en intelligente technologie), waarbij biopolitiek als een voortdurende constante aan de orde is.

De tweede belangrijke context is consumentencultuur en hoe we naar lichamen, verschil, gewenste en ongewenste aanpassingen kijken en erover oordelen vanuit het ons aangeleerde consumentengedrag.

De laatste setting betreft de nieuwe relatie ofwel fusie tussen mens en intelligente technologie, niet langer meer op te vatten als eendimensionale science fiction (cyborgs, androids of robots), maar in de complexe uitwerking van wat het posthumane anno 21ste eeuw . Het gaat hier niet om enkelvoudige lichamen die door technische aanpassingen in een soort tussengebied zijn beland tussen mens en machine, maar om de belichaming van tal van verschillende relaties die we in de huidige tijd aangaan met technologie (van mobieltjes, draadloze internet, tot het letterlijk delen van lichaam en cognitie met computers, internet, technologie). Biotechnologie ligt het meest voor de hand omdat binnen dit veld de duidelijkste praktische cases en de daarmee samenhangende ethische vragen ontstaan. Ook op andere gebieden zijn we echter toe aan een radicale herontdekking van onszelf als interafhankelijke en intersubjectieve subjecten in wording. Vanzelfsprekend zijn de ervaringen van mensen in relatie tot genoemde contexten cultureel gekleurd. Afkomst, cultuur, geloof, geslacht, maar vooral ook macht, inkomen, tot en met uiterlijk en gezondheidsstatus spelen een grote rol in de wijze waarop we vrij kunnen beschikken over, omgaan met of afhankelijk zijn van tal van deze ontwikkelingen.

Uitgangspunt voor de tentoonstelling is, parallel aan het voorgaande, een perspectief dat zich nestelt in een punt voorbij het dualistische denken, voorbij normatieve en categoriserende scheidingslijnen tussen ziek en gezond, sterk en zwak, wit of zwart, man of vrouw, macht of machteloos, (genetisch)betrouwbaar of risicovol. Dit niet met als doel verschillen te negeren, maar juist om in de ontstane tussenruimten de huidige en toekomstige diversiteit veel genuanceerder en kleurrijker te kunnen begroeten. Vanuit tal van denkrichtingen en de huidige verbindingen die kunstenaars maken met de nieuwe media en technologie, zijn tal van voorstellen gedaan voor het anders kijken naar ons lichaam. Niet als gesloten, eenduidig en begrensd, maar als fragmentarisch, vloeiend, niet beperkt tot dat schijnbare ene lichaam dat we als onveranderlijk en hetzelfde ervaren. Dit idee van het hebben van meerdere lichamen, met als gevolg wisselende identiteiten, in relatie tot telkens nieuwe omgevingen en tijdelijke ruimten opent nieuwe perspectieven.

Kunstwerken en hun positie
De keuze voor kunstenaars en kunstwerken is een stuk verder getrokken maar nog niet over de hele linie voltooid. Een laatste ontwikkeling is de selectie van kunstenaars en hun werk op basis van het criterium 'aanwezigheid'. Als we het geheel aan beelden en installaties op de tentoonstelling plaatsen op de schaal die vele grijstinten vertoont tussen presentatie en representatie, dan is mijn conclusie dat veel kunstwerken zullen worden geselecteerd op hun vermogen te 'zijn' en ook de toeschouwer hierop kunnen aanspreken. Dit wil zeggen dat de werken niet simpelweg ' over ' een bepaald onderwerp gaan en zich in die zin makkelijk lenen ter illustratie van, maar dat ze vanuit een bepaalde overtuiging of verbondenheid zijn ontstaan. Natuurlijk zijn er ook werken nodig in de richting van representatie neigen. Soms zijn die gewoon nodig. Echter, concurrentie op dit gebied met reclame, soaps, interactieve games zoeken we niet expliciet op. Tenslotte vertonen we ook op dit gebied the 'real thing' (namelijk: de echte reclamespotjes of samples van soaps, speelfilms etc). Een interessant tussengebied is momenteel de documentaire, zowel door   kunst als journalistiek opgeëist en vernieuwd nu noties als objectiviteit en waarachtigheid geen onaantastbare grootheden meer zijn. Zoals een kunstwerk pas bestaat op het moment dat het werkt, zo blijkt een documentaire pas een document te zijn als achteraf kan worden vastgesteld dat ze verschil maakte. Ofwel dat deze documentaire zodanig de grenzen van de waarneming heeft kunnen verleggen dat handelen (weer) mogelijk werd.

Aangaande de tentoonstelling als geheel is inmiddels afgezien van een duidelijke loop of richting. Uitgaande van de vloeiende stad als typologie wordt geprobeerd om ruimtes en tussenruimtes te laten ontstaan die de condities kunnen vormen van nieuwe, tijdelijke en bescheiden gemeenschappen waarbinnen telkens andere noties van normaliteit een bindende en herkenbare factor kunnen zijn. De hierboven genoemde contexten, zoals maakbaarheid, consumentencultuur en de nieuwe relatie tussen mens en technologie kunnen hierbij enigszins richtinggevend zijn.   Door deze settings heen zal zich telkens weer het verschil openbaren tussen opgelegde normen - normativiteit – en wat we mogelijk zelf 'normaal 'vinden, met natuurlijk de vele grijstinten daartussen.

De discussie van vandaag zal wat mij betreft niet meer moeten gaan over wie en wat, maar over hoe het ene beeld of werk de voorzet kan geven voor het volgende, of hoe de ene film de context kan bieden voor een andere, en hoe een bepaalde documentaire als tegenhanger kan fungeren van weer een andere, die net zoveel recht van spreken heeft. In zo'n discussie moet ons met name een ding voor ogen staan: de ervaring van de (niet altijd op alle vlakken even ingewijde) toeschouwer.

Ine Gevers, 22 januari 2007, adviescommissie bijeenkomst voor de manifestatie Niet Normaal · Difference on Display.

[top]