lne Gevers curator  \  writer  \  activist

 back
1 | 2 | 3

Diaspora Bewustzijn
Emily Jacir, Where we Come From, serie, 2000

We leven in een samenleving die zich in toenemende mate kenmerkt door globalisering, migratie, multiculturaliteit en interculturele kruisbestuiving. De verspreiding van grote groepen, voornamelijk niet-westerse kunstenaars vluchtelingen op globale schaal wordt met de term diaspora aangeduid. Diaspora is van grote betekenis voor de hedendaagse kunst en kunstenaars. In welk opzicht kan diaspora leiden tot een anders denken over Westerse noties als 'nationale identiteit', 'culturele identiteit' en 'modernisme'? Wat betekent 'in diaspora' zijn voor de identiteit en carrière van niet-westerse kunstenaars? Hebben ze wel belang bij een representatie als 'diaspora kunstenaar'?

Met deze vragen in het achterhoofd wil ik het denken over diaspora als het ware oprekken. Ik zal spreken over diaspora bewustzijn. Diaspora ervaringen worden in het huidige globale en transnationale informatietijdperk voor steeds grotere groepen mensen een dagelijkse realiteit. Ook als het minder traumatisch uitpakt dan voor hen die daadwerkelijk in ballingschap verkeren. We leven en béleven momenteel een diaspora tijdperk. We kunnen en moeten ons niet langer afschermen voor de invloed van andere culturen, andere manieren van denken en andere identiteiten op ons 'zelf'. Er bestaat geen enkelvoudig zelf. Identiteiten zijn geen vaste gegevenheden, maar gelaagde constructies die tot stand komen in wisselwerking met een voortdurend veranderende omgeving. De tolerantie waarop Nederland lang kon bogen heeft -ieder voor zich en God ook - heeft zijn keerzijde. We kunnen niet langer iedereen in afzondering zijn 'ding' laten doen en vervolgens de voordeur sluiten. De ver van min bed show is definitief voorbij. 11 september, de oorlog in Irak, de bloedige aanslag in Madrid, de populistische boodschappen van Ayaan Hirsi Ali, de terroristische dreiging in Nederland, de uitzending van Submission, de moord op Theo van Gogh, de afgebrande Islamitische scholen, Moskeen en kerken, brengen Nederland met een schok tot de werkelijkheid. Er bestaat geen 'veilig', begrensd Europa meer. 'Welcome to the desert of the Real' heet het boek van Sjavoj Zizek, gericht aan de Verenigde Staten. Zizek stelt vast dat de VS, ondanks de traumatische aanslagen op de Twin Towers, de wereld aan zich voorbij laat gaan. Ook Nederland krijgt nu de kans zich te realiseren van welke werkelijkheid ze deel uitmaakt. In plaats van proberen traditionele ideologische waarden in ere te herstellen, zonder overtuiging overigens, moeten we juist nu de kans grijpen ons aan de realiteit: chaos,   een continue flux aan nieuwe informatie, elkaar snel afwisselende veranderingen in politieke, economische en culturele zin.. Ook op theoretisch niveau inspireert het diaspora bewustzijn tot een andere manier van denken: over moderniteit, over stedelijk bewustzijn en over democratie. Er worden alternatieven ontwikkeld. Begrippen worden opnieuw gedefinieerd. Over identiteit en cultureel erfgoed wordt onderhandeld, in theorie en in de dagelijkse, geleefde werkelijkheid. Kan diaspora bewustzijn een opening bieden naar de niet-westerse kunstenaar die uitgaat van gelijkheid in plaats van ongelijkheid? Kunnen we anderen wellicht ontvangen op basis van herkenning en erkenning ('recognition') in plaats van hen blijven uitsluiten als 'Ander'?

Geschiedenis
Diaspora is een oud begrip. Het oorspronkelijk Griekse woord betekent verstrooiing, verspreiding. Diaspora wordt vaak gekoppeld aan het ontvluchten van een land of natie, maar feitelijk heeft elke staat, godsdienst, cultuur, taalgenootschap zijn eigen complexe diaspora-geschiedenis. Het Christendom net zo goed als de Islam. We kennen de klassieke verhalen over grote groepen mensen die verbannen werden of om politieke redenen hun land ontvluchtten. (afbeelding Children of Herakles (Euripides,430 B.C), bewerkt door Peter Sellars tot een hedendaags theater over vluchtelingen).In het Westen is de term diaspora vooral bekend geraakt in verband met de Joodse diaspora, het tot mythische proporties uitgegroeide verhaal over de grootscheepse uittocht van de Joden uit het beloofde land Israël. Toch is de associatie met de Joodse diaspora in het huidige tijdsbestek te beperkt. Denk aan de wereldwijde migratiebewegingen, de miljoenen mensen in ballingschap, de vele verhalen over mensen die gedwongen zijn hun vaderland te verlaten.

Het begrip diaspora heeft in de loop van de geschiedenis vele betekenisverschuivingen doorstaan. De wijze waarop de term in het Westen wordt gebruikt roept echter vaak een eenzijdige associatie op met slachtofferschap. Het slaat op mensen die verbannen dan wel gevlucht zijn in verband met oorlog, geweld, racisme, armoede, slavernij. Mensen die niet uit vrije wil, maar door omstandigheden gedwongen, hun leven opnieuw moeten inrichten in een nieuwe taal en een onbekende cultuur. Dat diaspora onlosmakelijk verbonden is aan culturen en aan de wisselwerking tussen culturen, vaak zelfs het fundament is voor grote revoluties binnen bestaande tradities, wordt vaak over het hoofd gezien. In het begin van de 20ste eeuw was Parijs een ware verzamelplaats voor diaspora kunstenaars. De hoge concentratie aan kunstenaars uit het buitenland: Rusland, Litouwen, Roemenië, Nederland, Spanje, Cuba, Verenigde Staten, zorgde voor een doorbraak naar wat we later modernisme zijn gaan noemen.

Tegelijkertijd begint hier de perceptie van wat we 'modern' noemen de zo typisch etnocentrische kenmerken te vertonen die het Westen eigen is. Dit is overigens geen aanval op Picasso. Hij introduceerde culturele meertaligheid in zijn beelden en maakte daarmee voor het eerst zoiets als een diaspora ervaring mogelijk (afbeelding). Wel is het een kritiek op de manier waarop de herkomst van die beeldgrammatica publiekelijk werd gewaardeerd. Met onvervalste racistische neerbuigendheid werd in het begin van de 20 ste eeuw een onderscheid gemaakt tussen 'de primitieve kunst' van elders en de 'moderne kunst' van hier. De niet-westerse beeldgrammatica werd slechts eenzijdig gezien als bevestiging van de originaliteit van degenen die haar hadden 'ontdekt'. Een dubbelzinnigheid die nog altijd aanwezig is in de houding van het Westen ten aanzien van hedendaagse kunst uit andere delen van de wereld. De artistieke uitwisseling tussen Afrika en Europa wordt nog maar door weinig westerse kunsthistorici gezien als verkeer dat zich in twee richtingen beweegt. Op het moment dat Picasso en Braque het Cubisme 'uitvonden' door zich de visuele grammatica van klassieke Afrikaanse maskers en sculpturen toe te eigenen, ontwikkelde de Nigeriaanse schilder Aina Onabolu een nieuw paradigma voor Afrikaanse kunst. Door het academische realisme uit Europa te importeren. Aan beide kanten was sprake van esthetische revoluties. Maar alleen die in het westen lijkt te tellen, die aan de andere kant van de wereld is slechts derderangs plagiaat.

De wijze waarop verschillende culturen toen en nu naar slechts een en dezelfde maattstaf worden gewaardeerd -de Westerse - is steeds vaker onderwerp van hedendaagse kunstwerken. Zoals in het werk van Armando Mariño, een uit Cuba afkomstige kunstenaar die momenteel aan de Rijksakademie in Amsterdam studeert. Het werk 'Les Mademoiselles d'Avignon' (afbeelding) is een geënsceneerd schilderij waarin Mariño de historische gang van zaken op een ironische wijze becommentarieert. Picasso spreekt vier zwarte mannen toe die zich op de grond rondom hem hebben verzameld. De kunstenaar is gekleed als een bohémien, de mannen, die met naakte ruggen naar ons toe zijn gekeerd, zijn gerepresenteerd als wildemannen. Hun speren en schilden liggen naast hen op de grond. Zij zijn de primitieven die door de (Westerse) meester Picasso onderricht krijgen over hun eigen beeldcultuur, zo kunnen we aflezen aan de opstelling van Afrikaanse beelden en maskers in diens atelier. Een andersoortige, maar zeker zo amusante omkering is 'Zelfportret '(afbeelding). Op dit schilderij wordt het meest beroemde zelfportret van Picasso (in kubistische, aan Afrikaans maskers ontleende stijl) in een museum aan weerszijden geflankeerd door twee zwarte krijgers. Zij bewaken 'hun erfgoed' - terwijl het om een zelfportret van een blanke man gaat - tegen de zoveelste toeëigening door het Westen. Humoristisch en met een duidelijke knipoog eist Mariño dit werk op voor de Afrikanen.

Diaspora in 2004
Terug naar diaspora anno 2004. De meeste kunstenaars in ballingschap herkennen zich nauwelijks in de representatie als 'kunstenaar in diaspora'. En terecht, gezien de bovengenoemde eenzijdige connotatie met diaspora. Everlyn Nicodemus, Nigeriaans-Zweeds-Belgisch kunstenares en theoretica, laat in woord en beeld haar ongenoegen blijken over de politieke correctheid van het differentie-denken (het respecteren van ´het verschil´) en de negatieve associaties met diaspora. In een lezing introduceerde ze zich met: 'I am no Other'.Terecht veroordeelt Nicodemus de discussie rondom 'cultural Otherness', die nog altijd vanuit westers perspectief wordt gevoerd. Momenteel staan, in de context van de globalisatie van hedendaagse kunst productie, begrippen als dekolonisatie, migratie en (interculturele) communicatie centraal. De alles overheersende vraag in dit alternatieve artistieke veld, gelieerd aan diaspora en periferie, blijft echter voortkomen uit een westerse houding ten opzichte van de kunst van 'de Ander'. Het doet Nicodemus denken aan de "infantiele verbazing van Europeanen op het moment dat ze 'de wereld veroverden' en voor het eerst in contact kwamen met zogenaamde 'Anderen'. Mensen die het lef hadden om er anders uit te zien, zich anders te gedragen en zelfs anders te denken dan zijzelf."

Voor de socioloog en linkse rassentheoreticus Stuart Hall zijn bovenstaande argumenten reden om het begrip diaspora metaforisch te gebruiken. Hall definieert diaspora in relatie tot identiteit. Hij stelt dat er twee vormen van identiteit zijn, identiteit als ´zijn´ (wat ons een gevoel van eenheid en verbondenheid geeft) en identiteit als ´worden´(een proces van identificatie, dat vooral de discontinuïteit laat zien in de vorming van identiteiten). De eerste vorm van identiteit is weliswaar nodig voor onze overleving, maar de tweede komt meer overeen met de hedendaagse, postkoloniale realiteit. Om Hall te citeren: `culturele identiteiten, verre van gefixeerd in een essentieel verleden, zijn het gevolg van een voortdurend ´spel´van geschiedenis, cultuur en macht´. Identiteiten vormen zich, aldus Hall, op een manier die vooral arbitrair en strategisch van aard is.

De Britse cultuurwetenschapper Paul Gilroy dicht diaspora eveneens een grote waarde toe als het gaat om het herontdekken van begrippen als identiteit en culturele identiteit. Terwijl identiteit lang uitsluitend verbonden is geweest met biologie en genen, of met natiestaten, benadrukt de relatie tussen diaspora en identiteit vooral de beweging, de verandering en de dynamiek van culturen en identiteit. Daarmee wordt diaspora een begrip dat niet alleen van belang is voor mensen die van 'elders' komen, maar voor de huidige wereldpopulatie in het algemeen. Gilroy's diaspora wordt van een passieve beschrijving tot een actief, procesmatig begrip: het gaat om de activiteiten van mensen zélf en van de controle die ze ontwikkelen over hun eigen leven. Bijvoorbeeld aangaande de beslissingen over welke tradities ze in stand houden en welke ze overboord gooien. Mensen in diaspora zijn niet langer veroordeeld tot één enkele (culturele) identiteit, niet in relatie tot waar ze vandaan komen en evenmin uitsluitend gebonden aan waar ze zich hebben gevestigd. Ze onderhandelen over hun identiteiten, hiertoe aangezet door de nieuwe omstandigheden waarin ze zich bevinden, ongeacht of ze hier nu voor hebben gekozen of niet.

Hedendaagse kunstenaars onderzoeken de diaspora ervaring niet langer vanuit hun 'veilige' atelier, zoals Picasso bijna een eeuw geleden nog kon. Zij beleven het 'in diaspora zijn' van binnenuit. Meer nog, ze zijn op zoek naar en vinden instrumenten die het mogelijk maken om in het huidige diaspora tijdperk te functioneren. Emily Jacir (afbeelding)weet in haar werk een interessant evenwicht te bereiken tussen aan de ene kant het menselijke lijden dat het gevolg is van politieke machtsstrijd, zoals in haar geboorteland Israël, en de veerkracht die deze mensen bezitten om in de meest onwelkome omstandigheden toch weer een kwalitatief rijk leven op weten te bouwen. In de serie 'Where we Come from' stelde Jacir aan verschillende mensen in ballingschap de vraag welke wens ze het liefste in vervulling zouden laten gaan wanneer zij -de kunstenares - bij machte zou zijn deze te verwezenlijken. De resultaten laten zich niet vangen in welk stereotype beeld dan ook, maar dwingen ons door hun complexe menselijkheid tot (h)erkenning. Daardoor zijn de situaties waarin deze mensen zich bevinden niet direct gelijk aan die van ons, maar is hun reactie, hun manier van overleven, het geluk en ongeluk dat hen ten deel valt, wel te vertálen naar een 'condition humaine' die universeel te noemen is. Voor meer informatie ‹ www.stichtinginterart.nl

Andere kunstenaars proberen de kijker meer ontvankelijk te maken voor diaspora bewustzijn door herkenbare (culturele) identiteiten te deconstrueren en plaats te maken voor meervoudigheid en hybriditeit. De Iraans-Ameriaanse kunstenares Fariba Hajamadi toont geen enkele terughoudendheid als het gaat om het ontkrachten van stereotypes. In ´Without a body of my Own´ (afbeelding) lopen verschillende representaties van het Oosten en het Westen in elkaar over en zijn met elkaar vervlochten. Ze plaatst de 'stereotypen' zodanig tegenover en naast elkaar, dat je als kijker bewust wordt van de 'bril' die mede je waarneming en oordeel bepaalt. Maar meer nog, ze nodigt de toeschouwer uit om zijn of haar eigen diaspora ervaring te verbinden met haar eigen inbreng. Het is immers net zo goed de toeschouwer als de kunstenaar in kwestie die 'in diaspora' is.

Dit spelen met identiteit of beter 'niet-identiteit', het in elkaar overlopen van identiteiten zoals dat bijvoorbeeld in vriendschappen gebeurt, is een van de speerpunten van het werk van de Nederlandse kunstenaar Roy Villevoye (afbeelding The 5th man). Hoewel van diaspora in enge zin geen sprake is, getuigt het gemak waarmee Villevoye zijn vrienden in Nieuw-Genuea tegemoet treedt en andersom van een over en weer van elkaar overnemen van gewoontes en eigenaardigheden. Zelfs tot het dragen van shirtjes met een afbeelding van Osama Bin Laden toe. Voor deze Papoea's zijn het gewoon kledingstukken. Het is voor hen ondenkbaar om zich zo met een afbeelding te identificeren als in het Westen gebeurt. Ze hadden om het even George Bush jr. gedragen. Toch, deze mensen zijn niet langer vast te pinnen aan stereotype opvattingen die we wellicht nog over hen of hun cultuur hebben. Het zijn cosmopolieten die, afhankelijk van de omstandigheden, telkens weer andere aspecten van verschillende, door hen toegeëigende culturen inzetten en gebruiken.  

Een leven in ballingschap, ver weg van haar geboorteland Libanon, heeft Mona Hatoum gevoelig gemaakt voor machtsrelaties en vragen omtrent identiteit. Het menselijke lichaam is vaak vertrekpunt, niet alleen in haar performances, maar ook in videowerken en installaties.

Measures of Distance uit 1992 (afbeelding) vertelt over een door oorlog en afstand gecompliceerde moeder-dochter relatie. Tevens wordt afgerekend met tal van vooringenomenheden, zoals over oudere vrouwen en sexualiteit. Haar werk is momenteel prominent aanwezig op de tentoonstelling Cordially Invited (BAK Utrecht, over gastvrijheid en migratie). Ook hier problematiseert ze conflicten. En hier staat het metaforisch gebruik van diaspora centraal. Het werk gaat over beweging en ontmoeting, dialoog en onderlinge verbondenheid, en de gevolgen van het zich onophoudelijk verplaatsen van mensen. 'Every door a Wall' (afbeelding) gaat over verbanning en migratie aan de grens van Mexico en de Verenigde Staten en maakt duidelijk dat de huidige samenleving niet langer wordt gekarakteriseerd door ´roots´ (wortels, ankers), maar door ´routes´ (bewegingen, traceringen, routes).

De invalshoek van de Iraans-Nederlandse Soheila Najand is altijd een conceptuele geweest. Kunst laat zich niet tot iets zuiver materieels terugbrengen. Kunst schept modellen en biedt zo contexten waarbinnen nieuwe vormen van intermenselijke communicatie kunnen ontstaan (afbeelding 'Life-Glass'). Kunst functioneert in haar beste momenten als 'openbare ruimte', aldus Najand. De door haar opgerichte Stichting InterArt is zo een kunstproject. Inmiddels is het een zelfstandige organisatie die poogt door middel van beeldende kunst - en theaterprojecten bij te dragen aan de ontwikkeling van nieuw cultureel burgerschap. Najand parafraserend: "In het huidige diaspora tijdperk dienen we vooral de vraag te stellen naar het waar. Waar bevinden we ons in de tijd, waar in de zin van plaats, en waar in relatie tot andere mensen. We moeten leren omgaan met diversiteit, met schijnbaar onverenigbare verschillen. Want iedereen die hier is, heeft dezelfde rechten en plichten als ieder ander op deze plaats. Om opnieuw solidariteit en veiligheid te ontwikkelen is het van belang ons te realiseren dat met het diaspora bewustzijn ook een moment van loslaten is aangebroken. Het loslaten van oude tradities, rituelen, statische definities van (culturele) identiteit, vaste kaders en denkpatronen van vroeger. Om tot een nieuwe stabiliteit te komen moeten we het statische inruilen voor dynamiek en beweging".

De impact van diaspora op het denken over identiteit, culturele identiteit en cultureel (erf)goed is van ongekende betekenis, met name onder kunstenaars en intellectuelen. In zijn boek Sferen ziet de Duitse filosoof Peter Sloterdijk een grote voortrekkersrol weggelegd voor vluchtelingen en mensen in ballingschap:

Het is voor mensen (IG) van essentieel belang duidelijkheid te krijgen over de vraag of ze ook in de verste uithoeken nog een integer leven kunnen leiden. Of ze de sprong kunnen maken van de collectieve zelfherberging in versterkte steden (en staten) naar individuele zelfbeveiliging in het geheel - aan gene zijde van hun toevallige vaderland. (...) Een vraag die zich vervormt in de overweging of zij, de stervelingen die afhankelijk zijn van hun familie en gehecht aan hun plek, vriendschap kunnen sluiten met de externe wereldruimte. Hoeveel ballingschap kan een mens verdragen? Hoeveel vervreemding van de eerste plekken behoeft ene rationele ziel om tot zichzelf te komen? Hoeveel ontworteling is nodig om wijs, dat wil zeggen, resistent tegen het noodlot, te worden?

Diaspora is een proces. De vraag is niet langer wie je bent, maar waar je bent. En hoe je je verhoudt met voortdurend veranderende geografische, politieke en culturele omstandigheden. De relatie tussen diaspora en identiteit benadrukt juist dit procesmatige, de beweging, het proces. Kunstenaars van nu hebben er geen baat bij vastgepind te worden in een statische hoedanigheid, zeker niet in de rol van slachtoffer of ' ander'. Diaspora bewustzijn daarentegen, als reflectie op de hedendaagse, globale en postnationale wereldorde, helpt ons de huidige werkelijkheid te begrijpen. Diaspora bewustzijn is een flux, een worden, een onderhandeling over wie we willen zijn en waar we heengaan. Een proces dat ons niet zomaar willoos meetroont langs het zoveelste populistische spektakel, maar een ontwikkeling waar we invloed op kunnen en moeten hebben. Ook kunstenaars hebben geen belang bij isolatie of periferie op basis van een politiek correct of anders gemotiveerd denken over 'het verschil'. Wat hen aanspreekt is het vinden van mogelijkheden om diaspora ervaringen in te zetten in het proces van wederzijdse (h)erkenning. Niet het (telkens weer) benoemen van het verschil maar juist herkennen en erkennen van wat ons verbindt ('recognition') is een menselijke basisbehoefte. Net als vrijheid van meningsuiting hebben alle mensen ook recht op (h)erkenning van hun menszijn, als mensen onder de mensen en als uniek individu.

Ine Gevers

Lezing voor Cultureel Goed, symposium d'AcaPo, Arnhem, 11 december 2004, zie website Stichting InterArt www.stichtinginterart.nl

[top]